Geschiedenis

Het begin

Het is vandaag 6 oktober, mijn verjaardag en ook de oprichtingsdatum van Stichting Circus Rotjeknor. 6 oktober 1992 is officieel het begin van Circus Rotjeknor. Meestal begin ik het verhaal van Circus Rotjeknor bij het briefje van de vader van Lucho dat in 1990 bij mij terechtkwam. Lucho (toen 8 jaar) wilde acrobaat worden. Naar aanleiding van dit briefje startten we een paar maanden later op de Blijbergschool met Circus Hoeplakee. Een ander begin is 16 december 1989, toen ik in Theater Carré in Amsterdam de jubileumvoorstelling van Circus Elleboog bijwoonde en dacht: ‘Dit wil ik ook in Rotterdam!’ Ik begin mijn circusverhaal ook wel eens op 21 juni 1986 toen ik op uitnodiging van Anne Kuipers voor het eerst muziek maakte bij een circusproject in Wehl, in een tehuis voor bewoners met een verstandelijke beperking die zelf de artiesten waren. Dit was het moment waarop ik besloot om iets te gaan doen met circus.

Voor het verhaal van Circus Rotjeknor ga ik deze keer helemaal terug naar het echte begin. Op mijn 11de verjaardag bracht een oom van mij een trompet mee met de mededeling dat ik de eerstvolgende zaterdag op les mocht komen bij muziekvereniging ‘De Bazuin’ in Oud-Beijerland. Ik kreeg trompetles van Alex Zwijgers die ook het talentvolle jeugdorkest dirigeerde waarmee we, uitzonderlijk voor een jeugdorkest, een keer kampioen werden van een landelijk muziekconcours. Het was een prachtige ervaring om ‘succes’ te hebben en heel mooi hoe we ‘het beste’ uit onszelf naar boven haalden. Bij Circus Rotjeknor gebruikte ik ‘Het beste’ en ‘Succes’ later als titel van een circusvoorstelling.

Met een paar muzikale Bazuin-vrienden vormden we het muziekgroepje ‘Stamples’. De naam bedacht ik als variant op de Beatles. De ‘beat’ is de maat die we altijd met onze voeten op de vloer stampten. De muziek voor dit bandje schreef ik vanuit popsong-boeken die ik had gekocht voor gitaarspelen. Met ‘Bouree’ van Jethro Tull deden we in maart 1983 voor de lol mee aan een solistenconcours. De geluidsopname daarvan is bewaard gebleven. Ik speelde althoorn en mijn neef Wim Both (die nu nog steeds tot de wereldtop behoort) speelde trompet. Het samen op een creatieve manier muziek maken en plezier beleven, vormden een belangrijke basis voor wat er daarna volgde.

Bouree (J.S. Bach) van Jethro Tull door mij bewerkt en uitgevoerd door de ‘Stamples’ op 19 maart 1983.
Het winnende jeugdorkest van De Bazuin (1978)
De ‘Stamples’ in (1983)

Tijdens de introductieweek van de lerarenopleiding ZWN speelde ik voor het eerst zonder bladmuziek. Op bugel improviseerde ik op ‘Hit The Road, Jack’. Het was bijzonder bevrijdend, er ging een hele nieuwe wereld voor mij open. Twee jaar later ontmoette ik op de PABO weer nieuwe muzikale vrienden. Voor het bandje dat we daar met elkaar hadden, bedacht ik de naam ‘Kleurkrijt’. We speelden bij feestjes en voerden muzikale kindertheatervoorstellingen uit op scholen. Met ‘Kleurkrijt’ werden we door gymdocent Anne Kuipers gevraagd om muziek te maken bij het circusproject in Wehl.

Afsluiting introductieweek ZWN-Delft (1982)
‘Kleurkrijt’ in de hal van de Laurensakademie (1985)

Zo is een belangrijke invulling van mijn leven begonnen met de trompet. Met het trompetspelen maakte ik vrienden en ontdekte en creëerde ik nieuwe werelden. Zonder de trompet had Circus Rotjeknor niet bestaan. Nog steeds speelt de trompet een belangrijke rol in mijn leven en gelukkig ook nog in het circus.

Circusspel op Camping ‘De Ruimte’ (2026)

Tekst en foto’s: Johan Both.

Video: Wiebe de Jager